NIKA

NIKA-Ouderbegeleiding geeft geen beoordeling ten aanzien van de kwaliteit van de ouder-kind relatie. NIKA-Ouderbegeleiding wordt uitgevoerd onder supervisie van een NIKA-Practitioner en richt zich met name op het aanleren (en laten beklijven) van sensitief oudergedrag. NIKA-Ouderbegeleiding bestaat uit een screenings- en ouderbegeleidingsprotocol. NIKA-Ouderbegeleiding kan ingezet worden als het patroon niet ernstig verstoord is of ná NIKA om het nieuwe patroon tussen ouder en kind blijvend te maken. NIKA is bedoeld voor gezinnen waarbij er vragen zijn over de band tussen ouder en nika casino kind, en met name voor gezinnen die onder druk staan. Als dit het geval is, kan NIKA de ouder ondersteunen in het beter leren begrijpen van zijn of haar kind.

Dit wordt bereikt door het afleren van verstorend oudergedrag in combinatie met het aanleren van sensitief oudergedrag. NIKA (Nederlandse Interventie Kortdurend op Atypisch oudergedrag) is een NJI erkende interventie. Deze fase helpt ouders zowel meer bewust te zijn van de interactiepatronen met hun kind als van de impact die de ontstane patronen hebben op de ontwikkeling van het kind. NIKA zich richt op het verbeteren van de ouder-kindrelatie in gezinnen waarbij deze het meest onder druk zijn komen te staan. In dit boek staat zowel de theoretische achtergrond van NIKA beschreven als het complete diagnostiek- en interventieprotocol. •      Tijdens de ouderbegeleiding staan het bevorderen van sensitief en responsief ouderschap en het bevorderen van het mentaliserend vermogen van de ouder centraal.

Bij de Basis  werken wij met NIKA ouderbegeleiders en NIKA practitioners. Wat is – met het belang van het kind voorop – de minst schadelijke optie? Leidt een eventueel maatregel inderdaad tot een vermindering van de ontwikkelingsbedreiging van het kind of neemt de schade (onbedoeld) juist toe?

Sommige ouders hebben het gevoel dat hun kind sterker is dan zij, en andere ouders voelen snel erge irritatie richting hun kind. Tijdens de diagnostiekfase wordt er een interview en een vragenlijst afgenomen en wordt er een beeldopname gemaakt van ouder met kind. Niet altijd is de ouder zich bewust van het patroon dat er tussen ouder en kind is. Daarnaast kunnen kinderen met een speciale ontwikkelbehoefte soms iets anders van de ouder nodig hebben dan dat de ouder geeft aan het kind.

Cursisten maken kennis met het NIKA diagnostiek en –interventieprotocol en er wordt veel uitgewisseld, beeldmateriaal laten zien en oefeningen gedaan. Verschillende bewezen effectieve interventietechnieken om een onveilige gedesorganiseerde gehechtheidsrelatie bij te sturen naar een meer veilige gehechtheidsrelatie worden behandeld. Ook is het belangrijk dat zij weten hoe (intergenerationele) patronen in de ouder-kind relatie bijgestuurd kunnen worden naar een meer veilige relatie. Een (dreigende) problematische gehechtheidsrelatie kan echter, ook na kindermishandeling, verwaarlozing of huiselijk geweld, bijgestuurd worden naar een meer veilige gehechtheidsrelatie. Diagnostiek en Interventie bij trauma bij zeer jonge kinderen Een NIKA practitioner kan met de ouder werken aan gedrag van de ouder wat verstorend is in de relatie met het kind en niet makkelijk te veranderen is.

Boeken en werkkaarten

Als de ouder zich er wel bewust van is, weet de ouder niet altijd hoe het patroon doorbroken kan worden. Meer weten over deze interventie? De commissie vindt NIKA een mooi uitgewerkte interventie met aandacht voor kwaliteitsborging. NIKA is een kortdurende geprotocolleerde interventie die gebruik maakt van video feedback.

Zo wordt Gehechtheid: diagnostiek en interventie. Basistraining NIKA – WO ervaren

Na het echt leren begrijpen en goed leren kijken, staat het leren veranderen van de gehechtheidsrelatie centraal. In deze cursus leren cursisten met behulp van beeldfragmenten begrijpen wat gehechtheid nu precies is en waarom het zo’n belangrijke basis is voor de (verdere) ontwikkeling van het kind. Ze lopen een verhoogd risico op een verstoorde gehechtheidsrelatie met hun ouders en als gevolg daarvan op het ontwikkelen van sociale-, emotionele- en/of gedragsproblemen. De wachttijd voor NIKA screening en ouderbegeleiding en screening is 16 weken.

Na de diagnostiek volgt de interventiefase. NIKA bestaat uit een diagnostiek- en interventieprotocol. Inmiddels geven Draaisma en Zuidgeest sinds een aantal jaren trainingen op het gebied van gehechtheid en (intergenerationele) traumaproblematiek aan (GZ)-psychologen, orthopedagogen en HBO-professionals. •      NIKA kent een diagnostiek- en een interventieprotocol. NIKA wordt ingezet bij kinderen van ongeveer 6 maanden tot ongeveer 12 jaar.

Ook kunnen stress en nare ervaringen invloed hebben op het kind zelf en op de wijze waarop hij of zij op de ouder reageert. Stress en/of nare ervaringen (recent van in het verleden) kunnen invloed hebben op de ouder en op hoe ouder met zijn of haar kind omgaat. Training zit inhoudelijk goed in elkaar. Erg goede aanvulling op onze dagelijkse praktijk. Inhoudelijk erg interessant en aanvullend kennis

Voor deze gezinnen kan NIKA betekenen dat de ouder beter leert begrijpen wat de invloed van de eigen problemen is op het ouder- en het kindgedrag. Want pas als je je kind goed begrijpt, weet je beter wat je kan doen om je kind bijvoorbeeld beter te laten luisteren. De interventiefase bestaat uit maximaal 5 momenten waarin er beeldopnames worden gemaakt, gevolgd door een afspraak waarin de opname met de ouder besproken wordt.

  • Want pas als je je kind goed begrijpt, weet je beter wat je kan doen om je kind bijvoorbeeld beter te laten luisteren.
  • NIKA (Nederlandse Interventie Kortdurend op Atypisch oudergedrag) is een NJI erkende interventie.
  • Cursisten maken kennis met het NIKA Diagnostiek protocol.
  • De interventie is helder beschreven, op basis van theorie onderbouwd, maar (nog) niet onderzocht op effectiviteit.
  • In de interventiefase wordt met de ouder gewerkt aan stoppen met wat niet werkt tussen ouder en kind en aanleren wat helpend is.

Stuur een mail met de gewenste producten naar info@nika-nederland.nl. De boeken en werkkaarten zijn ontwikkeld t.b.v. de NIKA professional Daarnaast heeft Zuidgeest gewerkt als beleidsmaker en methodiekontwikkelaar, onder andere bij Blijf Groep Amsterdam en als trainer ‘Samenwerken in Veiligheid’ en ‘Ontwikkeling van het kind’. Draaisma was lange tijd lid van Erkenningscommissie Jeugdinterventies van het NJI.

Scroll to Top